schrijf!

T & R jrg. 2014 aflev. 1
terug

REKENEN


Oefenopgaven

Opgaven (zonder de oplossingen) die in de volgende T & R gepubliceerd zullen worden, zodat u er alvast uw krachten op kunt beproeven:

1/ Een voorwiel van een rijtuig maakt 6 omwentelingen meer dan een achterwiel, terwijl dat rijtuig 120 M aflegt. Als de omtrek van elk wiel 1 M korter was, zou een voorwiel over dezelfde lengte 10 omwentelingen meer maken dan een achterwiel. Bepaal den omtrek van elk wiel.

2/ Als men de getallen van 1 t/m 10n-1 opschrijft, hoeveel cijfers moet men dan schrijven? (de 0 medegerekend).

3/ De laatste drie cijfers van een getal, waarvan de som der cijfers 76 bedraagt, zijn 479. Wat is de rest, als men dat getal door 45 deelt?

4/ Bepaal de som van de getallen tusschen 1000 en 10000, die, door 3, 4, 5 en 6 gedeeld, steeds 1 tot rest geven.

5/ Hoe groot is de som van alle getallen tusschen 500 en 1000, die niet door 5 en niet door 7 deelbaar zijn?

(Naar diverse opgavenverzamelingen, ca. 1890)


TAAL

Vorig jaar herdachten we dat het 100 jaar geleden was dat beroemde schrijvers als G. Bomans, S. Carmiggelt en A. Visser geboren werden. Worden ze nog gelezen? We weten het niet, maar erg waarschijnlijk achten wij het niet. De Kronkels van Carmiggelt zijn wel erg gedateerd, Visser is vergeten en van Bomans herinnert zich een enkel ouder iemand dat "hij zo geestig uit de hoek kon komen op de tullevisie". Enfin, we schreven er vorig jaar nog over. Waar blijft de tijd?

Inmiddels is het 2014 en dus 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Uitbundig zal dit worden herdacht, met toespraken vol vals sentiment. Dat we er een les uit mogen trekken voor de toekomst. Opdat wij niet vergeten. Opdat wij niet in dezelfde fout vervallen. Zelden wordt er gerefereerd aan de miljoenvoudige moord op onbezoldigde huursoldaten, die toch maar mooi sneefden voor zo'n verheven ideaal als het zogenaamde vaderland. Want dat bestond toen nog, een vaderland. Voor welke Nederlander zou Nederland tegenwoordig nog een vaderland zijn?

Taal heeft in dezen een belangrijke functie. Denk maar aan de geschiedschrijving. Een haast onuitputtelijke bron voor fantastische verhalen. Er is wel eens gezegd, dat geschiedenis voor de helft uit leugens en voor de andere helft uit verzinsels bestaat, dus ga maar na. Net als bij oorlogen vindt de meeste geschiedenis zijn oorsprong aan de schrijftafel. De werkelijkheid is vaak heel anders. Als oorlog voortzetting van de politiek is met andere middelen, dan is geschiedenis dat eveneens. De leugenachtigheid van de politiek wordt weerspiegeld door de geschiedschrijving.

Taal heeft ook een belangrijke functie in de verwerking van oorlogstrauma's. Zo stijgt een zekere weemoed op uit voorwoorden en nabeschouwingen tussen het vroeger van eerst en het heden van nu. Vooral in voorwoorden van herdrukken of juist nieuw verschenen werken treft men daar prachtige voorbeelden van aan.

Nemen wij genoemde Eerste Wereldoorlog en het pijnlijke Duitse verlies als illustratie. Zo begint het "Zum Geleit" van "Westermanns Weltatlas" uit 1921 als volgt: "Wir stehen am Anfang einer neuen weltgeschichtlichen Epoche. Ein Umlernen geht durch die Menschheit. Die Welt ist eine andere geworden..."

Nog pakkender haast is het voorbericht bij de 7de druk van dat klassieke naslagwerk "Meyers Lexikon" uit 1924: "Mehr als zwanzig Jahre sind vergangen, seit die vorige, sechste Auflage von "Meyers Grossem Konversations-Lexikon" mit ihrem ersten Band in die Welt trat. Zwanzig Jahre sind eine kurze Spanne Zeit, was bedeuten aber für uns gerade die letzten beiden Jahrzehnte! Der Umsturz aller Werte in Krieg und Revolution erfasste unser Volk und brachte es an den Rand des Grabes. Aber noch besitzt es Lebenskraft, und gerade der harte Druck, unter dem wir nun zu leiden haben, erweckt neue Kräfte, die den Willen zum Leben zeugen, den unwiderstehlichen Drang, sich durchzusetzen trotz allem.
      Das deutsche Volk war stets ein Volk der Arbeit. Arbeit muss das Panier sein, unter dem wir den Weg finden aus aller Demütigung, aus allem Leid, aus aller Not: Arbeit der Hand und Arbeit des Geistes."

Mooie woorden wijdt ook H.J.A.Hofland in "Tegels Lichten" (1972) aan de Eerste Wereldoorlog: "De zichtbaarheid van de geschiedenis begint omstreeks 1914. Daarvóór zijn de voorstellingen overwegend abstract, theoretisch; maar bij het begin van de eerste wereldoorlog ontstaat de smaak van de werkelijkheid. De geschiedenis krijgt een vage horizon met vormeloze, sjokkende drommen in de grijze nevel, een zure lucht en een nasale, van ver klinkende gasmaskerstem. Toch zijn het niet meer dan wat films en foto's van de slagvelden, en misschien op een gure najaarsdag de Noordfranse heuvels die sinds de eerste strijder in de modder rolde, niet veranderd lijken. De films geven behalve de populaire achtergrond van prikkeldraad, loopgraven en granaattrechters ook bijvoorbeeld de bewegende stupiditeit van generaals, die als komisch bedoeld speelgoed de troepen inspecteren en hier en daar medaljes opspelden: of de klokken van St. Paul's kathedraal, voor het eerst in de oorlog luidend omdat het tankkorps bij Cambrai de zegepraal heeft bevochten (waarna het dezelfde week nog in de pan gehakt wordt). Alles wat op de journaals te zien is, veroorzaakt in eerste instantie verbluftheid, een neiging om de dichtstbijzijnde medemens aan te stoten, te mompelen en te wijzen."

Een bekend spreekwoord, aan de Oude Chinezen toegeschreven, luidt: "Een afbeelding zegt meer dan duizend woorden". Soms lijkt het echter of enkele woorden meer zeggen dan duizend afbeeldingen...