schrijf!

T & R jrg. 2011 aflev. 3
terug

REKENEN


Oefenopgaven

Opgaven (zonder de oplossingen) die in de volgende T & R gepubliceerd zullen worden, zodat u er alvast uw krachten op kunt beproeven:


TAAL

Over hunnie en hennie

Taal leeft. Taal is in beweging. Dat weten we allemaal, ook degenen die het niet weten. Die merken het vanzelf. Of niet natuurlijk. Dan doen ze er onbewust aan mee.

Dat taal een levend fenomeen is, is volgens sommigen een natuurwet, waar toch niets aan te veranderen valt. Waarom zou je je dan verzetten. Zegt iedereen: "Hun verdienen meer als ons", dan wordt dat regel als iedereen dat zegt. En is "Zij verdienen meer dan wij" fout. Erg fout zelfs. Fouter dan "Hun verdienen meer als ons" ooit geweest is.

So far, so good. Maar ook op hoger niveau, onzichtbaar voor het gewone klootjesvolk, is taal aan verandering onderhevig, nl. onder de zgn. taalkundigen zelf. Taalkunde is natuurlijk geen echte wetenschap zoals wiskunde, natuurkunde en geneeskunde, disciplines waarvan de bestudering de mensheid direct of indirect, geestelijk danwel lichamelijk, tot heil strekt. Taalkunde mist dit kenmerk, en daarom treft men de neiging aan onder degenen, die zich taalkundige plegen te noemen, hun "wetenschap" ingewikkelder te maken dan deze in werkelijkheid is door het verzinnen van allerlei nieuwigheden of naamsveranderingen.

Nemen wij als voorbeeld het geval van hunnie en hennie, dat speelt rond de 3de (datief) en 4de (accusatief) naamval, oftewel rond meewerkend (3de) of lijdend (4de) voorwerp. Nemen wij vervolgens de zin "Hij gaf hun een boek", dan is "hun" meewerkend voorwerp, want je kunt er "aan" of "voor" vr zetten, in dit geval "aan". Doe je dat ook, dan moet "hun" in "hen" worden gewijzigd, dus "Hij gaf aan hen een boek", merkwaardig, want "hen" is 4de naamval. Een lijdend voorwerp kan het niet zijn, want daar staat "boek" al voor. Een voorzetselvoorwerp wellicht.

De term "meewerkend voorwerp" is van latere datum, bij Kaakebeen* (1916) komt deze nog niet voor; wel daarentegen "lijdend voorwerp". Kruisinga** (1938) sprak van "meewerkend of belanghebbend voorwerp" en beschouwde ze dus als synoniemen. Zoniet moderne taalkundigen. Die hebben bedacht dat er een nuance verschil tussen is. Zij beschouwen de gevallen van het meewerkend voorwerp waar je geen aan, maar wel "voor" voor kunt plaatsen, als belanghebbend voorwerp, sterker nog, waarbij "voor" meestal niet kan worden weggelaten. Dus: "Het maakt voor mij geen verschil" of "Hij was voor ons eerste keus". De website van "Onze Taal" maakt het er niet makkelijker op door als voorbeeld van een belanghebbend voorwerp te geven: "Ouders gunnen hun kinderen alles".

Maar nog bent u er niet. Want tot de 3de naamval behoren volgens de huidige taalkundige opvattingen ook nog het "bezittend voorwerp" en het "ondervindend voorwerp". Nu ja, ook Kaakebeen kende het bezittend voorwerp al, maar noemde het "possessieve datief", bijv. "Zie hem eens goed in de ogen". Er is een definitie van minstens drie zinnen nodig om te begrijpen hoe je het "bezittend voorwerp" kunt determineren. Zou "hem" hier trouwens niet lijdend voorwerp kunnen zijn? Hij wordt immers in de ogen gekeken? Overigens was zelfs de "ethische datief" al in de tijd van Kaakebeen bekend die alleen voorkomt met "me" en "je", die niet door "mij" en "jou" te vervangen zijn, zoals "Dat was me een herrie, niet mooi meer" of "Het zal je maar gebeuren". Het "ondervindend voorwerp" heeft met de "ethische datief" enige verwantschap, bijv."Het bevalt mij helemaal niet", "Zijn eisen gaan ons veel te ver" of "De rillingen liepen hem over de rug" die nauwelijks met "aan" of "voor" kunnen worden aangevuld.

Het verschil tussen al deze vormen van het meewerkend voorwerp is meestal flinterdun en de zin ze te willen onderscheiden doet vaak gekunsteld aan. Taalkundigen lijken hun eigen algebra te scheppen, zonder logica evenwel.

Aan de 4de naamval hebben de taalkundigen zich tot nog toe - maar wat niet is, kan komen - nauwelijks vergrepen. Ze hebben niet allerlei soorten lijdende voorwerpen bedacht of het zou het bovengenoemde voorzetselvoorwerp moeten zijn, dat al van oudere datum is.

"Moderne taalkundigen nemen aan/denken dat/zijn van mening..." valt vaak te lezen. Toe maar, een wetenschap die gebaseerd is op opvattingen. Taalkunde is dus niet alleen algebra, maar ook nog toegepaste psychologie, die iedere tien jaar een nieuwe huid aan trekt. Net als de Nederlandse spelling trouwens. Maar dat is een ander verhaal, alhoewel het een hoogtepunt van komische televisie heeft opgeleverd, toen prof. Piet van Sterkenburg, in 2005 bij Nova te gast, ondanks zijn ferm betoog dat de Nieuwste Nieuwe Spelling zo eenvoudig was als men slechts een paar regels kende, bij herhaling faalde bij de juiste schrijfwijze van enkele hem voorgelegde woorden.

* C.G. Kaakebeen, Beknopte Nederlandsche spraakleer, 51916.
** E. Kruisinga, Het Nederlands van nu, 1938.