schrijf!

T & R jrg. 2011 aflev. 2
terug

REKENEN


Oefenopgaven

Opgaven (zonder de oplossingen) die in de volgende T & R gepubliceerd zullen worden, zodat u er alvast uw krachten op kunt beproeven:


TAAL

D en t

Het huidige kabinet-Rutte bezuinigt op onderwijs. Nee, zegt de oppositie, je moet investeren in onderwijs, de kwaliteit van het onderwijs moet omhoog, er moet geld bij! Nu hebben wij nooit begrepen waarom meer geld automatisch leidt tot meer kwaliteit, trouwens, investeren is in de politiek belastinggeld over de balk smijten in een bodemloze put. Vooral D66 heeft het graag over de "kenniseconomie". Niemand weet natuurlijk wat dat is, alleen dat dit politieke speeltje veel geld kost en niets oplevert, maar ze komen er keer op keer mee weg.

Dat de kwaliteit van het onderwijs, of het nu lager of hoger is, voor verbetering vatbaar is, staat als een paal boven water. Talloos zijn de berichten over basisschoolleerlingen die niet meer kunnen rekenen en de eenvoudigste regels der grammatica niet onder de knie kunnen krijgen. Dat wreekt zich in de vervolgopleidingen, zodat de onderwijzers, die nu leraren worden genoemd, er zelf ook moeite mee hebben. Ook in het hoger onderwijs klinken de protesten tegen bezuinigingen. Vroeger was het trouwens niet anders. Zo zei W.F. Hermans al in de Jaren 70 bij weer zo'n protestgolf, dat van die (toen) 100.000 studenten, er waarschijnlijk nog geen 10 ooit een uitvinding van betekenis zouden doen.

Over het basisonderwijs zei laatst een staatssecretaris in een debat met de Kamer letterlijk dat de leerlingen weer moesten worden opgevoed met staartdelingen en de d en de t en niet meer met halfzachte lesmethodes. Niet dat het ooit zal gebeuren, maar het werd toch maar gezegd. Net zoals de tientallen jaren ervoor. Ook daar is nooit iets van terecht gekomen.

In dit verband herinneren wij ons uit onze eigen rijke geschiedenis een aardige annekedote over het taalonderwijs van weleer. Ja hoor, over de beruchte d en de al even beruchte t. Het was in de derde klas van de "Lagere School", zoals die toen nog bescheiden heette. Onze christelijke school had een gemengde populatie van jongens en meisjes, anders dan op katholieke scholen, alhoewel jongens in de banken naast jongens zaten en de meisjes naast meisjes. Maar of er nu op een gegeven moment geen plaats was, wij zaten naast een meisje dat Nelleke heette (wier opgewekte Scheveningse achternaam wij om privacyredenen verzwijgen) en er even pienter uitzag als ze was. Vooral in rekenen was ze erg goed. Daartoe bezat ze een apparaatje, vermoedelijk een of ander reclameobject, een oranjerood kartonnen kokertje, een soort mini-rekenmachine, waarmee ze eenvoudige vermenigvuldigingen bliksemsnel kon uitvoeren.

Enfin, die dag legde de juffrouw de geheimen van de d en de t uit, aan de kennis waarvan het volgens de staatssecretaris (en gelijk heeft hij) nu zo schort. Hoe het kwam dat je vind in "vind je ook niet?" met een d schreef en vindt in "vindt je broer dat ook?" met dt. En dat je vooral niet moest schrijven "Wat betekend dat?", want dat was fout (nu nog trouwens). En nadat iedereen ijverig had geknikt dat het was begrepen en het gerinkel van de vallende kwartjes mijlenver hoorbaar was, begon de juffrouw opgaven op het bord te schrijven, die wij moesten overnemen op uitgedeelde blaadjes, en op cruciale plaatsen, die de juffrouw op het bord had opengelaten, de d, de t of een combinatie daarvan moesten invullen.

Nu had iedereen wel door hoe het zat, maar wij dus niet. We snapten er geen bal van. Wat was dát moeilijk! Ach, komt tijd, komt raad, wij zaten immers naast die pientere Nelleke, als wij nou eens overschreven, wat zij had ingevuld, dan zaten we voorlopig goed, en dan zouden we vanavond wel eens ons oude vader consulteren die ongetwijfeld van de hoed en rand wist. Nadat we deze verwerpelijke gedachte in praktijk hadden omgezet, en de oplossingen van Nelleke hadden afgekeken, werden de blaadjes uitgewisseld met de bank achter ons om nagekeken te worden, terwijl de juffrouw de antwoorden oplas. Gelukkig keek de juffrouw de blaadjes niet zelf na, anders waren we op een verschrikkelijke manier afgegaan. Het was vreselijk, erger kon niet. We hadden alles fout, niets was goed. Want Nelleke had er ook niets van begrepen!