schrijf!

T & R jrg. 2011 aflev. I
terug

REKENEN


Oefenopgaven

Opgaven (zonder de oplossingen) die in de volgende T & R gepubliceerd zullen worden, zodat u er alvast uw krachten op kunt beproeven:


TAAL

En ja, en nee

Vroeger, toen alles beter en overzichtelijker was, toen de files nog veel korter waren bij gebrek aan meer auto's, en Nederland ook al het dichtstbevolkte land ter wereld was, had je op de radio dat gezellige radio-spelletje van de VARA, Geen Ja Geen Nee, gepresenteerd door het populaire VARA-duo Elles Berger (van wie gezegd werd dat ze "vroeger" zo'n mooi meisje was) en Joop Smits, die er alleen al door zijn uitstraling zo VARA-sympathiek uitzag (dat wist je uit de VARA-gids of anders van het tv-scherm, want Joop - prachtige stem ook - was bovendien VARA-omroeper, dat is iemand van die omroep, of - wat ook kan - die VARA-programma's aankondigt). Geen Ja Geen Nee dus, dan werd iemand in de uitzending, zodat iedereen het kon horen, opgebeld, en mocht dan in een gesprek met bovengenoemd duo van alles zeggen, behalve ja en/of nee, alsof het vieze woorden waren, die beschaafde mensen immers niet bezigden. Vergaloppeerde iemand zich desondanks alsnog, dan klonk De Bel, en was hij Af.

Er is een nieuwe versie van Geen Ja Geen Nee die algemeen in het taalgebruik is ingeslopen: En Ja En Nee. Het is eigenlijk het gewone, alledaagse, doordeweekse gebruik van "ja" en/of "nee" ter bevestiging dan wel ter ontkenning van iets dat een ander beweert, maar dan voorafgegaan door het woordje "en".

Job Cohen: "...maar de islam dat is een huis met vele kamers en ja daar is een kamer en daar is sprake van radicale islam en ja die moet aangepakt worden omdat die een gevaar is..."

Mei Li Vos: "En nee, ik ben geen familie van Balkenende, zoekend in mijn zeeuwsindische roots..."

"... en NEE ik ben geen donor en JA ik geef wel (aan mijn kinderen als het nodig is) geld aan goede doelen.." (Internet)

(Met vele andere voorbeelden te vermeerderen.)

Mulisch

Niet dat de onderwerpen voor onze rubriek "Taal' voor het opscheppen liggen, maar dit keer was de keuze wel erg gemakkelijk: Harry Mulisch is dood.

Harry Mulisch. En van de Grote Drie, hoewel een columnist van "De Telegraaf" (8 nov.), toch bij uitstek geschikt tot het vellen van een afgewogen oordeel, meende dat hij niet meer dan "brons" verdiende, terwijl een ingezondenbrievenschrijver in "de" Elsevier (13 nov.) zijn boeken niet om door te komen, en de rechtstreekse uitzending van de uitvaart (wat hebben die Amsterdammers toch met die grachten) wel wat te veel eer vond.

Misschien was Mulisch niet de aller-grootste, en waren zijn boeken onleesbaar. Misschien ook was zijn boek "De ontdekking van de hemel" niet het "Beste Nederlandse Boek Aller Tijden", maar hooguit van het jaar waarin het verschenen was, en dan nog alleen vanwege de oplagecijfers voor een literair boek, gepubliceerd bij een bepaalde uitgever. Mulisch was gewoon de aller-grootste van zichzelf. Zoals hijzelf al zei: Ik bn de Tweede Wereldoorlog, een raadselachtige uitspraak, die iedereen naar believen kan interpreteren. Hijzelf zei het al: het beste is het raadsel te vergroten. Even bijhouden wanneer zijn boeken naar de veiling gaan, want een boekenkast zegt meer over iemand dan menig psychiatrisch rapport.

Maar als filosoof zullen we Harry (zouden er ook mensen zijn die hem gewoon "Har" noemden?) missen. Ooit (Jaren 80) was er een discussieprogramma op TV dat "De Schrijvers" heette. Har had de leiding. Naar aanleiding daarvan werd hij eens door Frits Spits, de beroemde diskjockey, genterviewd.
Spits: Het is een elitair programma, h, "De Schrijvers"?
Mulisch: Ja, inderdaad.
Spits: Maar is dat nou niet verwarrend voor de kijkers, dat het niet toegankelijk is?
Mulisch: U bedoelt dat er woorden gebruikt worden waarvan men de betekenis niet kent? Maar zo gaat dat nu eenmaal. Als artsen onder elkaar een gesprek hebben, dan is het voor een leek ook heel moeilijk te volgen.
Spits: Ja, maar als dokter Gisolf voor de televisie iets uitlegt, dan begrijp ik het ook.
Mulisch: Dat is wat anders. Dit programma heeft de bedoeling om te laten zien, hoe schrijvers zijn, hoe ze praten, hoe ze denken. Daar hoort nu eenmaal een eigen terminologie bij. Het is geen Teleac-programma. Nou heb ik bijvoorbeeld helemaal geen verstand van voetballen, maar op TV hoor ik dan allemaal moeilijke termen, als buitenspel, pass, woorden, waar ik de betekenis niet van begrijp. Dat wordt dan ook niet iedere keer uitgelegd. En zo is het ook met dat programma, dat heet ook "De Schrijvers", niet "De Literatuur" of zoiets.
Spits: Maar schrijven is toch communiceren?
Mulisch: Schrijven is het maken van kunstwerken. Dat is dus kunst, het woord zegt het al, dat is namaak, dat is niet echt. Het is hoe de schrijver het ziet. Het is iets heel individueels. Als het niet gelezen wordt, bestaat het niet. Als twee mensen een boek lezen, hebben ze allebei een ander boek gelezen. Dat merk je als ze erover praten. Dat is de invulling die de lezer er aan kan geven. Het is geen werkelijkheid. De werkelijkheid is chaos en verwarring. De schrijver maakt er iets moois van. Als een boek begrijpelijk is, is het een jongensboek. Maar dan is het geen kunst en geen literatuur. Maar misschien heeft de schrijver wel helemaal niets bedoeld!