schrijf!

T & R jrg. 2010 aflev. III
terug

REKENEN


Oefenopgaven

Opgaven (zonder de oplossingen) die in de volgende T & R gepubliceerd zullen worden, zodat u er alvast uw krachten op kunt beproeven:


TAAL

Markt

Op de markt is je gulden een daalder (= fl. 1,50) waard, aldus een slogan uit de jaren 60/70. Tegenwoordig is de euro ook een daalder waard, en niet alleen op de markt. Trouwens, is de markt de markt nog wel? Vroeger wel natuurlijk. Zoals J. Mens in zijn meesterwerk "Koen" diens bezoek aan de Amsterdamse markt het Amstelveld (niet te verwarren met het Amselfeld, dat bestaat ook, zij het niet in Amsterdam) in vurige penseelstreken schetste. Ach ja, zulke schrijvers hebben we niet meer; de Nederlandse literatuur is op sterven na dood en wordt alleen nog kunstmatig in leven gehouden met subsidie en propaganda.

Wat ons opvalt, is dat het woord markt tegenwoordig overal op van toepassing wordt verklaard. De woningmarkt, de huizenmarkt, de arbeidsmarkt, de geldmarkt, de aandelenmarkt ... "Markt" veronderstelt het handelen volgens de wet van vraag & aanbod. Wat wonen en werken betreft gaat het om speculeren met primaire levensbehoeften, zoals het recht op een eigen, beschutte omgeving met een duidelijk slot op een dikke, eikelhouten deur en het recht op arbeid dat gaat boven het recht op een uitkering.

Laten wij ons eens op de "woningmarkt" concentreren. De woningnood bestaat al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en is door de overbevolking (en in mindere mate door de toenemende kwaliteitseisen van de woningzoekende) nog steeds niet opgelost. Zoals altijd schrikt de overheid ervoor terug, oplossingen te zoeken, die voor de hand liggen. Nooit wordt een tekort afgewogen tegenover een teveel. Files? Zijn er te veel auto's of te weinig wegen? Oplossing: Meer wegen. Woningnood? Zijn er te weinig huizen of te veel mensen? Oplossing: Volbouwen.

Huizen zijn dus absurd duur omdat de vraag het aanbod vele malen overstijgt. Zelfs het huren van een huis moet gesubsidieerd worden met belastinggeld, en wie een huis koopt, krijgt belastingkorting, de zgn. hypotheekrenteaftrek (sommigen zien dat ook als subsidie: ze vinden dat al het geld dat wordt verdiend van de overheid is, en wat niet wordt afbelast, subsidie is). Het hoeft dan ook niet te verbazen, dat de belastingen in Nederland tot de allerhoogste in de hele wereld behoren. Vreemd genoeg houdt de overheid deze situatie kunstmatig in stand. Want - zo wordt beweerd - door de recessie, waarvan niemand weet of deze al is afgelopen of nog onderhuids voortwoekert - is de economie (containerbegrip voor alles wat met geld te maken heeft) nog zo broos dat het korten op de hypotheekrenteaftrek de "huizenmarkt" volledig zou ontregelen, waardoor de huizenprijzen in recordtempo zouden dalen en - ja, daar is ie weer - "de economie" opnieuw, doch nu volledig, zou instorten. En dan kun je het gerust schudden. Zeg dan maar dag met je handje.

Scheefwonen

U woont nog in een huurhuis in een gezellige schotelwijk? Dan zult u waarschijnlijk niet te veel verdienen, anders was u al weggeweest. Maar mocht u desondanks toch meer van uw inkomen overhouden, dan de belastingdienst lief is, dat u naar verhouding te goedkoop woont, dan woont u scheef. Dan moet u uw huis uit, om de "doorstroming" te bevorderen, alles in het kader van de woningnood, die de overheid bestrijdt, door deze in stand te houden.

Wist u trouwens dat Heer Bommel al in 1948 scheef woonde? Dat hij zijn kasteel "Bommelstein" uit moest? Dat was weliswaar zijn eigendom, maar toch...

'Wat? riep heer Ollie, 'begin jij nu ook al? Ik ontruim dit huis niet! Dit huis is van mij! Het is mijn stamslot! Ik heb het eerlijk betaald! Ik woon hier best! Ik... '
'Halt!' riep de deurwaarder. 'Ik heb nog meer te doen! Bovendien kan ik u geruststellen. Het is aan de burgemeester en wethouders bekend, dat er een zogenaamde woningnood heerst. Er wordt u dan ook een gerieflijke zijkamer in het pand Korrelsteeg 95p bij de familie Bubbelbaas aangeboden. Bovendien is dit huis toch veel te groot voor u.'
'Dat gaat je niet aan!' riep heer Ollie kwaad. 'Dit is het huis van een heer en mijn huis is mijn kasteel, als je begrijpt wat ik bedoel!'
'Haha!' zei de deurwaarder, fijntjes lachend. 'Héél aardig! Maar u krijgt natuurlijk een schadeloosstelling! Ik ben bevoegd u honderd florijnen aan de bieden en ik raad u aan akkoord te gaan! De vooruitgang is toch niet te stuiten!'

(Uit: "Heer Bommel stuit de vooruitgang", 1948).