schrijf!

T & R jrg. 2003 aflev. II
terug

REKENEN




TAAL

Dit kwartaal hebben wij maar liefst drie boeken met u te bespreken, twee "romans", waarin ook daadwerkelijk sprake is van romances, en n, waarop het woord romance niet direct van toepassing is, maar wellicht toch indirect als het wordt verstaan als hartstocht voor de taal. Ten eerste de twee romans, die wij met een tussenpoos van enkele jaren herlezen. Dat is de kracht van meesterwerken: ze laten nog jaren sporen na en je raakt er nooit in uitgelezen. Maar wat je precies las ben je vergeten. De kans is zelfs groot dat je bij herlezing weer een ander boek leest. En wat de dramatiek betreft: er hoeft maar weinig te gebeuren om ons te ontroeren, of het nu verzonnen is of echt bedacht. Wij noemen het de kracht van literatuur: iets dat niet gebeurd is zo op te schrijven, alsof je het hebt meegemaakt.

De eerste roman, die wij eens in de zoveel jaar traditiegetrouw tegen oud- en nieuw tot ons nemen, is "Ferdinand Huyck", door Jacob van Lennep, geschreven in 1840, spelend rond 1720, en naar men zegt "genspireerd" door de Engelse literatuur van die dagen (Sir Walter Scott en Lord Byron), wat men daar ook onder mag verstaan. Meeslepend, ja spannend is dit werk, vooral door de vraag of de met vele aliassen toegeruste Vliesridder uit handen zijner achtervolgers weet te blijven, van wie de schrikkelijkste nog de var van Ferdinand Huyck zelf is (die var is zoveel als commissaris van politie), temeer daar Ferdinand zich gebonden weet aan de morele eed, de Vliesridder niet te verraden, zonder dat duidelijk is welke verplichting hij nu aan deze heeft; speelt soms toch diens dochter een rol? Want Van Lennep laat ons lelijk zitten met de vraag (tegenwoordig zou men dat een "open einde" van de roman noemen) of die dochter soms gevoelens van genegenheid voor Ferdinand koestert, wat we uit het postscriptum toch menen op te maken? Van Lennep laat haar een ontroerende rol spelen; wat ons betreft is de roman meer de tragedie van de dochter dan van Ferdinand, die haar gezien zijn geflirt met Henriette Blaeck toch niet waardig zou zijn geweest. Triest ook is de dood van de arme dochter van Helding op Terschelling, waar de roman dan eindigt - Van Lennep had haar makkelijk kunnen laten leven, en ze was met de huidige medische kennis naar onze mening wel te redden geweest; waaraan ze overleed ze zou er losbandig op hebben losgeleefd, maar ga je daar dan al zo jong dood aan? - is ook niet helemaal duidelijk. Ons boek is voorzien van de originele prentjes van David Bles, de leermeester van Johan Braakensiek. Ze zijn meesterlijk maar tonen wel aan, dat de meester de kunst van de perspectief niet onder de knie had.

Dan een roman waarin we als we dit schrijven nog bezig zijn maar die vooral spannend is, zoals alle boeken van de betrokken schrijver: "Michael Strogoff, de koerier van den czaar", van Jules Verne uit 1876. De romance moet nog blijken, maar het zou ons verbazen als Michael Strogoff niet met Nadia trouwt op de laatste of voorlaatste bladzij. Omdat wij over een zeer oude editie beschikken, nog uitgegeven door de voorloper van Elsevier, Robbers, kwamen wij ook een oude schrijfwijze voor de verleden tijd van bezetten tegen, die kennelijk geheel in onbruik is geraakt of zelfs geheel is afgeschaft. U weet dat je aan de verleden tijd van bezetten niet kunt zien of het de verleden tijd is in bijvoorbeeld: "De Duitsers bezetten Frankrijk". Men schreef dat toen als "bezetteden". Het zou een hele verbetering zijn als dat weer werd ingevoerd in plaats van pannenkoek, ruggengraat en koninginnensoep, hoewel gemaakt van n koningin. Ontroerend hoogtepunt in deze roman is de dood van Nicolaas, slachtoffer van de Tartarenterreur (10x snel achter elkaar uitspreken) en van zijn hond, die hem tegen de aanvallen van gieren poogt te verdedigen, nadat de Tartaren Nicolaas hulpeloos hebben achtergelaten. Het hoeft wel geen verwondering te wekken dat deze Tartaren (2 x r in het boek) hun gruweldaden bedrijven met de heilige koraan in de hand. Er is immers niets nieuws onder de zon.

Ten slotte dan een boek, dat pas uit is: "Dierbare Woorden", verzamelde en nagelaten columns van Cornelis Verhoeven. Sinds Carel Peeters in de tijd dat Vrij Nederland nog een rijk cultureel tijdschrift was in de boekenbijlage van 15 december 1979 (pag. 65) naar aanleiding van de toekenning van de P.C. Hooftprijs aan Verhoeven had betoogd dat niets hem zo tegenstond als het werk van deze auteur ("zelfbewust gemummel"), wekte dit terstond onze belangstelling. Akkoord, het is soms vaag, soms onbegrijpelijk, maar dat zijn moderne gedichten ook. En natuurlijk hoeft niet alles begrepen te worden wat niet kan worden uitgelegd. In "Dierbare Woorden" wordt op iedere bladzij een mijmering gewijd aan n bepaald woord, alfabetisch, van "aandacht" tot en met "zwoel". Wie graag speelt met taal, met klanken ook, met woorden die boven hun letterlijke betekenis uitgaan, wie bij voorkeur in een boek bladert om af en toe een woord tot zich te nemen, heeft aan dit werk meer dan een mooi gebonden boek met leeslint. Op de uitvoering hebben wij trouwens toch wat aan te merken: het is duidelijk het product van iemand die wel met een tekstverwerker kan omgaan maar typografische kennis ontbeert: de Garmond is te dun als leesletter. Verder is de opmaak in klein-kapitaal van het woord "voorlopig" vergeten. Ten slotte: een week nadat we "Dierbare Woorden" hebben aangeschaft voor 29,50, ontvangen wij "Onze Taal", waarin dit boek met een korting van liefst 3,50 = fl. 7,71 wordt aangeboden...