schrijf!

T & R jrg. 2002 aflev. II
terug

REKENEN

 

TAAL

Onze Taal is niet meer wat zij/hij (vgs. Van Dale is taal zowel v. als m.) geweest is en dan bedoelen wij niet zozeer de afkalving van het Nederlands waarvan de ontwikkeling niet te stuiten lijkt doch die door sommigen als een normaal veranderingsproces waaraan iedere levende taal nu eenmaal onderhevig is wordt voorgesteld, eraan voorbijgaand dat onze taal juist door bedoelde veranderingen ten dode is opgeschreven, hoewel wij ons kunnen troosten met de gedachte dat, wanneer onze taal eenmaal een dode taal zal zijn, zij/hij misschien juist wordt gewaardeerd als studieobject en wellicht nog mondjesmaat wordt beleden zoals tegenwoordig het Latijn door de R.K.-kerk of in staande uitdrukkingen, neen, wij bedoelen het tijdschrift Onze Taal.

Vroeger bestond een aflevering van Onze Taal vaak uit niet meer dan 4 bladzijden, maar die bevatten minstens 4 maal zoveel zakelijke informatie als de 36 bladzijden die het tijdschrift, dat is uitgevoerd in veelkleurendruk met foto's, tegenwoordig telt. Was Onze Taal vroeger bedoeld om onze taal te verdedigen, het huidige Onze Taal wordt samengesteld door vertegenwoordigers van de bovenomschreven soort die vindt dat je je niet moet verzetten tegen veranderingen die een levende taal levend houden. Ook het juninummer van 2002 ademt dat sfeertje van "moet kunnen, toch?". We zullen niet ingaan op details, temeer niet daar de meesten uwer sinds jaar en dag wel een abonnement op Onze Taal zullen hebben, dit vanuit een zekere traditie hebben aangehouden, doch met lede ogen genoemde trend zullen hebben geconstateerd. Wordt het huidige Onze Taal hoofdzakelijk volgeschreven door "de redactie" of medewerkers van die redactie, "vroeger" werd de inhoud voornamelijk bepaald door lezers, door taalliefhebbers, leden van het Genootschap Onze Taal. Die wisselwerking tussen lezers en een haast onzichtbare redactie leverde een veel leesbaarder Onze Taal op dan het huidige commerciëel ingestelde concept. Zo telt het juni 2002-nummer van Onze Taal op 36 blz. 3¼ blz. met reacties of bijdragen van lezers (9%); het oudste nummer dat wij hier hebben (febr./mrt. 1981) op 16 pagina's (zijnde een dubbelnummer!) minstens 6½ pagina (40,6%). En in nóg oudere afleveringen van het tijdschrift zal dat percentage nog wel hoger zijn geweest. Voor de lezer, door de lezer, om met Iskari te spreken...

Vroeger was dus alles beter, maar tegenwoordig is niet alles even slecht. Het initiatief van het huidige Onze Taal alle jaargangen van 1932-2000 op CD-rom uit te brengen, was bij voorbeeld voortreffelijk. Want dat vroegere Onze Taal ging tenminste over onze taal. En dat heeft de redactie kennelijk ook ingezien.

D of T? De Oplossing Van Een Probleem.

Het gebeurt. Het is gebeurd. Je hoort geen verschil en toch schrijf-je gebeurt in het ene geval met een t en in het andere met een d. Door het optische bedrog komt menigeen in de verleiding ook het voltooid deelwoord met een t te schrijven. Of de o.t.t. met een d.

De problemen bij de bepaling van d of t of dt doen zich dikwijls voor bij zwakke werkwoorden, die met be-, ge-, ver-, her- of -ont beginnen en een hoorbare d in de verleden tijd hebben: vertellen / vertelde - gebeuren / gebeurde:

hij beleeft : hij heeft beleefd.
het gebeurt : het is gebeurd.
hij vertelt : hij heeft verteld.
hij herstelt : hij is hersteld.
het ontaardt : het is ontaard (let op: de stam is hier "ontaard" dus dt aan het eind van de o.t.t.).

Een werkelijk geniaal hulpmiddel dat dit haast maatschappelijk gevoelde probleem oplost werkt als volgt. Zet het probleemwoord, dus het woord, waarvan je niet weet, of het met een d of een t moet eindigen, in de verleden tijd:

1. Hij vertelt : hij vertelde.
2. Hij heeft verteld : hij heeft vertelde.

1. Kun-je het probleemwoord in de verleden tijd zetten (hij vertelde kan heel goed) dan:
een t aan het eind.
2. Zo niet (hij heeft vertelde is natuurlijk onzin) dan: een d aan het eind.

Als er geen d in de verleden tijd hoorbaar is (geraken / geraakte - herpakken / herpakte) speelt dit probleem überhaupt niet: dan komt er natuurlijk altijd een t aan het eind.

Overigens is dit hulpmiddel ook van toepassing op werkwoorden zonder optisch bedrog:

hij huilt : hij heeft gehuild.
het faalt : het heeft gefaald.


T & R's Raadsels

Oplossing vorig Raadsel:

Stel aan één van de bewakers (doet er niet toe welke) de vraag: "Wat zal uw collega antwoorden op de vraag welke deur naar de vrijheid leidt?" Stel dat dat deur A is. De waarheidsgetrouwe, wetende dat zijn collega altijd liegt, zal zeggen: "Deur B"; de leugenaar, wetend dat zijn collega "deur A" zal zeggen, liegt: "Deur B". In beide gevallen is dus de andere deur de gezochte.

T & R's Raadsel voor nu:

Iemand heeft twee rechthoekige stukken vloerbedekking, één van 10 x 10 m en een stuk van 1 x 8 m. Gevraagd wordt het stuk van 10 x 10 m in twee stukken te verdelen zodanig dat dit met het stuk van 1 x 8 m precies in een rechthoekige kamer van 9 x 12 m past (oplossing in het volgende nummer).